Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

XXXV. „ Item, foocnfal men achter defe tijd voort 3, niemar.d in onfur Stads Rade/kiefen, gefondcrt die „ geene die eenlopen is, hij en waar eerst met wyf „ ende kinderen ende met zijnre hoogfler weer twee » maanden voor onfen Vrouwen dag te Lichunisfe bin„ nen defe Stad van Utrecht geweest- ende die al„ dus dan in der Stads Rade gekoren wert, die fal j, dat heel jaar met zijnre hoogjle weer binnen blijven, „ alfoo voorfchreve is, bij een keur van vijftig pon.

„ den . fonder ijemands. des te verdragen, enz." Zie

Utr.Plac. boek, 3 Deel, fol. 75 :

XXXVI. En alzo wierd vasrgeftek bij de Gildebrief, rakende ie verkiefing van de Regeering in het jaar 1455 des nanendags na den Heiligen Palmdag, art. 18.

„ Item, en zei nijemant te lote gaan in zinon giide, „ hij en zij een borger twintig jair out, ende en hebbe jair en dach borger geweest, eni>e en wone mit zynsï

„ hoechster WEEREN alse WTT ende XYNDEREnJbinnen

„ ok-zer Stad. enz." Zie Utr. Piac.B. IIID. fol. 82:

XXXVII. Dit Domieilium dan, of hoogde weerevan den Beklaagde, (daar zijne echte vrouw, van dewelke hij niet gefepareerd is, met zijne kinderen woonde) vermogte de Heer Hoofd - Officier, bij het inftellen de. «er procedures, niet willekeurig. en onder voorwendzei van afweezigheid voorbij gaan:

XXXVIII. De Heer Hoofd - Officier vermogt dit noch minder te doen, onder voorwendzel van des Beklaag, des afweezigheid,

Oin dat de Beklaagde zich uit de Stad begeeve had te een tijd, dat 'er tegens hem geene provifie van

Sluiten