is toegevoegd aan uw favorieten.

Rechtmaatige en vrymoedige verdeediging van Adrianus Hoevenaar [...] waar by het wederrechtelijke en nietige van de crimineele procedures, ingesteld door [...] Fredrik Christiaan Reynhard [...] op ende jegens Adrianus Hoevenaar [...] wordt aangetoont, zo wel, als de nulliteiten van het vonnis [...] den 4 july 1789

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 4=5 )

permacht uitteceffenen, dan als vrucht-gelruikers, waar van de waare eigendom bij den vergunner is geblceve; daorom leert hijook, dat, tege die Gemeene-besten of Regee;ing<m, het eigenlijk gezegd Crimen la-fa Maiestatis niet kan cegaan worden. Zie Hoofdft. 38 van Art. 16 tot 22.

652. Als men dit nu op de Regeering van onze Provincie toepast, daar de Oppermacht alleen bij het Volk berubt, en de Regeerders die Oppermacht niet door haar eigen recht, maar alleenlijk representatie en dus bij eenes hoogers gunst (dat is, bij toelaating van hun, welken zij reprajfenteeren) uitoeffenen; zo volgt dan daar uit te-' klaarfte, dat het Volk van de Frow'ncie, en de Burgery van de Stad en Steden van Utrecht, tege He haare Reprajfentanten het eigenlijke Crimen Icefce Majestatis, zo als men het bij Carpzovius bepaald vind niet kan begaan:

653- Gelijk dit mede op de voorfz. en verdere voorgeHelde en aangevoerde gronden en middelen betoogd is, bij eene, in den jaare 1789, door den druk gennen gemaakte brochure (welker uitgave in Utrecht door verbod, aan de Boekverkoopers gedaan, belet is) ten titel voerende, Iets raakende de Confiscatie of verleurdverklaaring van Goederen, en watten dezen aanzien in den Lande van Utrecht, overeenkomftig de Wetten van Ouds, rechtens is, en wel van pag. St tot 73; waartoe de Beklaagde, om de kortheid te betrachten, den Leezer renvoijeert;

654. Dat men ook in de Provincie van Utrecht reeds voor Twee Eeuwen , in het voorfz. gevoelen is geweest Dd 5 l!an