Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tweede Koning van "Rome.

volgt hem' zugtende. Zy komen in een onderaardsch gewelf, dat door eene eenige lamp verlicht wordt. Daar zag men op eenen zwarten marmeren graftombe van eene eenvouwdigc bouworde en zonder opfchrift eene zilveren lykbus met een doodkleed bedekt. Naast de lykbus lag een gefchrift, een zwaard, en blonde hairlokken. Numa was by het inkoomen van het gewelf op zyne knieën gevallen. Tullus ligt de lykbus op, en dezelve den jongman aanbiedende: myn zoon ! fpréekt hy hem met eene zagte ftem' aan , kus deeze heilige overblyfzelen ; raak deeze lykbus, die deasch van de beste der moeders en den tederften der echtgenooten befluit. Zy hebben op dit oogenblik hun gezigt op u gevestigd. Zy befchouwen u uit de Elyfeefche velden en laaten alie de onfterfelyke vermaaken ,die hen omringen, vaarerfvoor het fchouwfpel van hunnes zoons godvrugtige ouderliefde.

Numa hielde de lykbus in zyne armen, en bevogtigde haar met zyne traanen. Hy drukte haar aan zyn hart, en hy verbeeldde zig dat die-waarde asch begon te herleeven. O met welk een weerzin gaf hy die den priester terug! en hoe volgden zyne handen delykbus, tcrwyl zv zig van hem verwyderde!

q 5 Tu>

Sluiten