Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

53 £ Ncma Pompilius

maaken: ik heb het ongeluk de dogter eens konings te wezen.

Op dit woord droop een kil zweet van myn geheel lighaam , myne beevende knieën bezweeken, myne verftyfde tong kon geen een woord uitbrengen. Camilla vatte my by de hand, deedt my naast haar nederzitten , en naar den fchielyken fchrik, dien ik gevoeld had , geflild te hebben , vervolgde zy in deeze woorden :

De koning der Vestyners is myn vader. Cingilia, zyne hoofdftad, is niet verre van hier; het vermaak der jagt dient my tot voorwendzei om ü dagelyks te koomen zien. Ik hoopte dit geluk lang te genieten ; maar ik ben myns vaders eenigst kind; zyn ryk moet myn huwelyksgoeduitmaaken, en alle de vorften van Italië hebben reeds myne hand gevraagd. Twee koningen vooral dry gen ons met den oorlog, als ik niet haast eene keuze doe. De een is de koning der Marucyners; zyne ftaaten grenzen aan de myne, zyn volk was altoos 'de vyand van het ons. Myne verbindtenis met zynen zoon zou dit oorlogs vuur voor altoos uitblusfchen en eenen magtigen ftaat maaken. De Maatkunde, dereden, demenfchelykheidpleiten

Sluiten