is toegevoegd aan je favorieten.

Numa Pompilius, tweede koning van Rome.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

334

Nüma'PompiukJs

gy zyt voorby deeze hut gegaan , opgcflerd om u te ontvangen en gy hebt uwe fchreden niet weerhouden! en gy kont . . .' De wanhoop grypt my aan. ... Ja, ik verzaak wysheid, glorie, deugd, aiies wat Anaïs niet heeft kunnen weerhouden. Ik verfoei het leven, nu ik niet meer voor haar mag ademen ; i,k zal flegtseen zinnelooze zyn, want Anaïs heeft myne reden niet zig gevoerd.

Onder het uitfchreeuwen van deeze woorden valt hy neder, wentelt hy zig in het ftof. Zyn gefchreeuw doet Camilla en Leo koomen : helaas! beiden waren zy onbewust van het vertrek van Zoroaster en zyne dogter. Zy is weg! roept Numa hun toe zoo dra hy hen befpeurt; zyisweg! wy zullen haar niet wederzien! Camilla wil hem ondervraagen; Numa herhaalt: zyisweg! Leo ziet het tafeltje in, en leest aan de andere zyde een'teder affcheid, dat Zoroaster van hem nam: Gy zoud niet hebben kunnen kiezen , fchreef hyhem, tusfchen uwen vader en uwen vriend; myne tederheid heeft u deezen hartgrievenden ftryd willen fpaaren. Ik heb u moeten verlaaten , myn waarde zoon; maar nimmer zou ik daar moeds genoeg toe gehad hebben, als ik niet verzeekerd was u welhaast weder te zullen zien.

Nu-