Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

358 Numa Pompilius

De nymph bleef enigen tyd zonder te antwoorden : dit ftilzwygen maakte Numa ongerust; hy was weldra buiten zorg. Koning van Rome, zeide hem de ftem, ik acht uwe ftandvastigheid, ik hoop dat zy zal beloond worden. Ik ben 'er niet tegen dat gy Anaïs vereert; maar ik Vrees dat gy te veel voor haar doen zult, en dat gy te veel gewigt zult hechten aan de plegtigheden van den godsdienst. Gy zyt in een tempel opgevoed, Numa ; wagt u van als priester te regeeren. Zoo zeer de Godsvrugt den mensch verheft, die hem binnen zyne regte paaien weet te houden, zoo zeer verlaagt hy hem, die denzelven te verre trekt. Tedere harten zyn hieraan onderworpen;, en ongelukkige liefde maakt dit gevaar te grooter. Uwe reden moet u daarvoor behoeden. Denk dat een godsdienstig koning een groot man kan zyn, maar dat een bygeloovig vorst nimmer groot is.

Verre van my dat iku de ondankbaarheiden de verwaarloozing der Goden zoude aanbeveelen. Vereer hen , Numa , het is uw pligt; maar vereer hen door den menfchen goed te doen. Laat de domme godsvrugt de kinderachtige gebruiken over , welken zy alleen heeft uitgevonden ; neem van uwen Godsdienst

Sluiten