Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

co VE-R HANDELING

de Voltaire zelfs opgeeft, het wezen van het Heldendicht uitmaken, dan fpreekt het van zelf, dat alle dichtftukken, hoe fchoon ook anders, waar in deeze regels verwaarloosd werden, geen Heldendichten zijn. Maar behalven dit, zo is de Franfche Dichter ook hier zich zeiven niet altijd gelijk. Bij eene andere gelegenheid is hij de cerfte geweest , die de oude aangenomen regels der fchoone Kunften verdedigd heeft, die de Heer de la Motte in de toneelwetten gefchonden had (ii.)j of, dat meer is, die beleden en aangetoond heeft, dat de grootfte Geniën op het Fransch Toneel, de Corneilles, de Racines, door de Kunstregelen der Ouden zijn geleid geworden. Juist dezelfde reden, die hem toen de wetten der oudheid deed verdedigen , doet ons thans eene poging doen om de wetten van het Heldendicht te ftaven. Wij doen het niet, zcide hij, en zeggen wij thans met hem, om dat ze oud zijn, maar om dat ze goed, om dat ze noodzaakiijk zijn.

Deeze redekavelingen, die mij tastbaar waar voorkwamen, hebben mijne eerfte en grootfte zwarigheid

weg-

(n.) Men vindt eene voorreden voor den Edipus des Heeïen Voltaire, die in het Jaar 1729. te Parijs uitkwam, waar in hij het affchaffen der oude Kunstwetten tegen den Heer de la 3VIotte yverig en gegrond tegengaat. Puisque M. de la Motte (drukt hij zich daar uit) -veilt etablir des régies tantes contraires a celles qui ont guidé nos Grands - Maitres, u eft jufle de defendre ces antiennes Loix, non pus, paree qu'ellos font anciennesi nais pars* qu'eiles font bonnes £? neceffaires.

Sluiten