is toegevoegd aan uw favorieten.

Verhandeling over het heldendicht.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

over het HELDENDICHT. Bag

kunnen de hairige borst der ruuwe bewooners van hes Noorden zo hevig doen gloeien, als zij eertijds den leenigen boezem der Grieken deden, die in de vrolijke valeien van klein Azien leefden.

Maar men Helle dat alle die redenen gegrond waren — zouden de meeften echter niet van zeer weinig nut zijn? Ik heb ten minften altijd geloofd, dat het opgeven van al zulke oorzaaken, wier wegneming volftrekt buiten ons vermogen is, veel eer gefchikt waar om den moed in onze Dichters uit te doven, dan om ze aan te vuuren, en te verbeteren. Ook gefchied dit doorgaans meer om zijne eigen kunde en geeftigheid ten toon te fpreiden, dan om waarlijk nuttig te zijn. Ik zal mij hier dan flechts bij eene oorzaak bepalen, daar ik deeze minderheid voornaamlijk aan toefchrijf, en die wij overwinnen kunnen. Zij beftaat naar mijne gedachten, in de verkeerde Navolging der Ouden.

De hoogachting, die wij voor de werken der Oudheid hebben, en die op haar zelve befchouwd, billijk, noodzaaklijk is, brengt in veelen dat verkeerde uitwerkfel voort, dat men ze houdt voor het non plus ultra van alle mogelijke fcheonheid —- men heeft openlijk horen beweeren, dat het onmogelijk ware, ooit Hemerus te kunnen evenaren. Derhalven, te durven denken om Homerus, zelfs in eene enkele gedachte te overtreffen, dit zou verwaandheid, dit zou eene ftrafwaardige vermetelheid zijn. -~ Met zulk een verne» derend denkbeeld bezield, poogt men de Ouden flaafsch ' ga te volgeu, en het gevolg van deeze gebrekkige po-

gin-