Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 27 )

Welk een ijsfelijke Duivel,

Deed het Eedverbond ontdaan, Om het fchoonfte rijk des weerelds,

Weder in de boei te flaan? ö Gewijde, en groote Apostlen!

Hoe bemin ik uwe leer! Door haar, flaan wij in dit tijdftip,

Vrije handen aan 't geweer.

Haatlijke Oppermagtl gij zijt het,

Die, fchoon vrugtloos 't fpel bedekt, En aan 't vuur der harsfenfcbimmen

Tot een vuige ftQokfter ftrekt: Ter herwinning van 't vermoogen,

Dat regeert door euvelmoed, Ziet men u van wraaklust branden,

Dorsten naar het Franfche bloed:

Dat

Sluiten