is toegevoegd aan je favorieten.

Florentin van Fahlendorn.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C «59 )

ten wringen, nu eens den aartigen, dan den braven man fpeelen, nu eens den fbldaat, ert dan eens weer den gauwdief uithangen , zoo als het hem in zijne kraam te pas kwam, inzonderheid had hij eene groote vaardigheid in het liegen.

Ik heb boven reeds gemeld, dat men zig op Beulenburg in 't geheel niet met deze lieden ophield; want de Heer van Beulenburg kon niemand op de waereld dulden, die niet naar zijn vermogen het mensahdom zocht van nut te wezen; alle geleerdheid had bij hem geene waardij, die niet juist daarop neerkwam; en hij had meermaalen zig wel geheele uuren lang met eenen armen boer onderhouden, terwijl hij den Licentiaat met zijnen vriendin-

tusfchen in de voorkamer liet wagten. JDaar

van daan kwam het dan ook, dat zij over den Heer van Beulenburg , Rheinwald, en het gantfcbe huisgezin geheel niet wel te fpreken waren, maar vooral Florentin tot het voorwerp van hunne fpotzugt hielden, Rofine een fchoon Maria-beeld, en de Freule een marmcra Venus noemden.

Door hst geduurig vermaanen van den ouden