Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

2o3 De Nieuwe Reisiger.

Hier wiert ik in het fchryven geftoort door de Molla, die my zeide dat een menigte volks voor het Koninglyke paleis by een vergadert was. De nieuwsgierig-heit dreef ons hier heen. Wy verftonden dat de Koning een landvoogt aan het Hof ontboden had, over welke men geklaagt had, en dat deze door zyn gezag de zaak had weten te ftillen. Wy zagen de Koning uit zyn Paleis komen , door een meenigte boeren en ongelukkige perfoonen omringt, die om wraak fmeekten, en hem bezwoeren de geiveldenaryen enknevelaryen van hunnen landvoogt te bedwingen. Ditfchouwfpel beroerde de Koning, hy keerde zig toornig om, en beval aan een van de bevelhebbers van zyn lyfwagt, om die genen den buik opencefnydcn welke men befchuldigden. Ik zag dit verfchrikkelyk vonnis ter uitvoer brengen. De Landvoogt was in het gevolg van den Vorft. De bevelhebber die met de uitvoering van het vonnis gelaft was, riep hem toe dat de Koning hem verwees om te fterven. Straks deed hy de menigte te rug wyken, wierp den ongelukkigen ter aarde, en opende hem den buik in het by zyn van het geheele Hof. Dit zyn de uicwerkzelen van de volftrekte oppermagt, die in Perfiën gelyk in alle andere landftreken van Azia heerfcht. De grooten, die met een drukkent jok beladen zyn, ftcllen een eer in hun dienftbaarheit; en hec volk, dac door hunnen lagenftanc voor de omwedersbefchuc word, eerbiec en beminc hunnen Vorft. Te vergeefs geven de Perfiaanfche priefters voor, dac zy bezitters van de oppermagt zyn, onder voor, ' wend-

Sluiten