Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Negen en Twintigsten Brief. 25

van her. Opperhooft. Men regt alle dagen eea gemeene Tafel aan, aan welke ieder volgens zynen ouderdom plaats neemt. Dezelve is bedekt met alle 't geene dat Europa en Azia het zeldzaamfte voortbrengen. By niemand in Suratte, zelfs by de grootfte Ampienaren van het Ryk niet, zyn de tafels, nog zoo overvloedig, nog met zulke welfmakende Spyzen vervult. Men heeft my verfcheide maaien, de eer aangedaan van my ten Maaltyd te nodigen; op een dag, onder anderen , was ik Getuigen van een vermakelyke eenvoudigheid , een Indiaan die vermaak fchepte om ons te zien eten , fcheen zeer verwondert, dat by 't openen van een flefch , het vogt uit dezelve met gewelt fprong, zoo ras men de kurk van dezelve trok. Men vroeg hem de rede van zyne verwondering? Het is niet, zeidc hy, van het vogt uit de flefch te zien fpringen; maar het is hoe men 'er hetzelve in gekregen heeft.

Daer komen weinig Vreemdelingen, en vooral Europeers, tot Suratte, die niet verfcheyde maaien in de Engelfche Logie eten. Om alle {maken te voldoen, hebben zy drie Koks van verfcheide Landaarden die de Geregten een ieder na hunne wyze klaar maaken ; maar men dift 'er geen franfche Ragous op; het geen my weinig aandoening gaf, door dien ik my langen tyd van lezelve heb moeten onthouden. Op de dagen v,m uitfpanningen, nodigt het Opperhooft alle de voorname Bevelhebbers van de Maatfchappy in B 5 een

Sluiten