Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

66 De Nieuwe Reisiger.

aan den rok van zyne Bruid; en geleid hen in een kamer, alwaar zy ze alleen laat.

De Vrouwen van Bantam zyn in diervoegen opgefloten, dat men zelfs aan haare Zonen niet toeftaat om in haare vertrekken te komen, en wanneer zy uitgaan, het geen zeer zeldzaam gebeurt , wykt een ieder ter zyde om plaats voor haar te maaken. De Koning zelfs verzuimt niet om deze gewoonte in agt te nemen ; en geen Mannen zouden met een Vrouw durven fpreeken , zonder verlof van haaren Man, Men kan de Vrouwen van aanzien allen door haar gevolg, van die van het gemeen onderfcheiden; vermits zy alle op eene wys gekleet zyn. Een rok van katoene lynwaat of zyde reikt van de lendenen tot aan de helfte der beenen. Zy dragen nog fchoene nog mutfen, en knopen haare haairen op de kruin van het hooft te zamen. Zy zyn behalven dit zeer zinnelykj en geen dag gaat 'er voorby of zy baden zig verfcheide maaien , en vooral een weinig voor dat zy met haare Mannen te bed gaan ; wanneer zy zig tot aan den hals in het waater begeven om zig te reinigen. Dit is haar eenigfte bezigheid , vermits zy geen ander werk hebben om haaren tyd te verdryven. De mannen zelfs, na dat zy eenige uuren in haaren Koophandel hebben doorgebragt, gebruiken het overige van den dag om mee hunne Vrouwen betel të kauwen, die zeer zorgvuldig zyn om hen alle kleine dienften te bewyzen , om hen te waiTen, te wry ven enz., om hen tot de welluft op te wekken.

Sluiten