Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Een en Zestigste Briee. 223

fcout, dat met een vettige en roodagtige aarde befchildert, en zeer behendig reet een hammevel bedekt was. Weinig dagen hier na, keerde hy weder naar de markt; hy wierd denzelfden boer gewaar, die hem kapoenen te koop bood : „ Laaten wy eens zien, zeide hy, of uwe vo„ gelen op dezelfde wys als uwe hammen ge" maakt zyn"? Wanneer de Franfchman de kapoenen naauwkeurig befchouwde, zoo ontdekte hy dat zy geopent waaren , dat het vleefch 'er geheel uitgehaalt, en het vel met vlokken van hennip opgevulc was. Wanneer de boer zyne bedriegery ontdekt zag, zoo zeide hy'met een zeldzaame koelzinnigheid : „ Ik ben maar „ een beeft; en gy zyt veel fnediger dan ik".

Diergelyke voorbeelden zyn menigvuldig in China. Zy verzuimen geen liften om de koopers in hunne winkels te lekken. De eenigfte, welke zy nog niet bedagt hebben, en welke zy van óns nog zoude kennen leeren, is dat zy hunne vrouwen in de winkels laaten zitten, wanneer zy bevallig zyn; of dit gebrek door jonge dogters verhelpen, die fchoon, wel verfiert, en zeer galant, zyn, gelyk men in Parys tot dit oogmerk huurt.

Men moet zig wel wagten om iets aan een Chinees te leenen, zonder goede verzeekering : zy leenen eerft een geringe fom , welke zy met een aanmerkelyken intreft beloven tc rug te geven: zy komen deze belofte getrouwelyk na; en op het vertrouwen, dat zy hierdoor winnen, vraagen zy grooter fommen. Deze

Sluiten