Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Negen en Zestigste Brief. 91

wat men by deeze plechtige maaltyd , in acht. nam. Iedere gad heeft zyne byzondere tafel, en deeze tafels zyn fmal en zeer laag, om dat men ter aarde op zyne hielen zit. Zy worden noch met tafellakens noch met tapyten bedekt; maar men brengt tot ieder gerecht andere tafels. Zy zyn zinneiyk gevermd; en de Japanners onderhouden hen zoo zorgvuldig, dat men 'er niet het minlle vlakje op gewaar word. Men heeft geen volk, dat zinnelyker in zyne maaltydcn is; de borden en fchotels zyn gewoonelyk met bloemen en linten verfiert, en men dient geen vogel voor, waar van de bek en de pooten niet verguit zyn. Het overige heeft dezelve bevalligheit. Hun gewoon voedfei is ryft; dit graan is hier veel aangenaamer en voedzamer dan in eenig ander ooderfch landfchap. Men laat het op het vuur dik worden, en dek 'er koeken van te famen, die men in plaats van brood eet. De andere fpyzen bedaan uit vifch, dat voornamenlyk vleefch der walviffchen is, als mede oeders en andere fchelpvifichen, en alle foorten van planten en wilde wortelen, die men uit de bollenen,, moeraden, onbebouwde landen, en zelfs uit de zee haalt. Men kookt hen in water, met een weinig zout; men doet'er een faus of een foort -van pap van boonen meel over, waar onder men een weinig Jachi mengt. Men noemt dus het gemeende vocht in Japan. Dit is een fterk bier, dat van gegide ryd-fap gemaakt wordr Men heeft hier noch eenen anderen drank, die van

prui-

Sluiten