Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Negen en Zestigste Brief. 93

tweemaal een komedie fpeelen. De tooneelftukken, hen gezang, de danfen, en andere fchouwfpelen van dit foort, zyn vermaaken , naar welke de Japanners zeer driftig zyn. Wel verre dat dezelve, gelyk by ons, door den Godsdienft: van het land veroordeelt zouden worden , zoo zyn zy door dezelve gewettigt en geheiligt. Echter , fchoon deeze vermaaken fomtyds een gedeelte der feeften uitmaaken, die men ter eere van de Godheden viert , zoo maakt de ongebonde leevenswys der Acteurs en Actrices dit beroep geenszins aanzienelyker dan in Europa. Wat hunne tooneelen betreft, men ziet 'er verwonderenswaardige tooneelfieraaden en machines op, die van een wonderzinnige muzyk vergezelt is: zy is uit fluiten , keteltrommelen en groote klokken faamengefteld, 't geen een aangenaame mengeling in de ooren der Japanners veroorzaakt. Wat de tooneelfieraaden betreft, men moet bekennen dat, na de Chineezen, geen volk deéze konlt zoo volmaakt als deeze Eilanders verftaan. Onze Decorateurs der operaa's zouden noodig hebben, dat zy hier kwamen om leflèn te neemen , en de konft der rooneelverfieringen te beftudeeren. Men zou hen hier leeren konnen om wanfchapen reuzen, beweegende bergen, volkryke fteden , waterfprongen , fonteinen , en duizend andere wonderen van dit foort te vertoonen, die wy alleen op onbeweegbaare fchutdoeken of op poppentooneelen weeten te verbeelden.

Schoon

Sluiten