Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Acht en Zeventigste Cr iet. 33

en op verfcheide plaatzen van Rusland. De andere oeftenen verfcheide beroepen ; maar zy zyn zoo traag , en men heeft zoo veel moeite -om hen te doen arbeiden, dat men het byna als een gunft aanmerken moet > wanneer men eenige werken van hun bekomen kan. De laage prys der eetwaaren is oorzaak van deze luiheid: een mcnfch kan hier van twintig kroonen in het jaar leven. De plompe inwoonders van dit land, zorgen nog voor den dag van morgen, nog voor zieke dagen. Wanneer zy niets hebben, zoo arbeiden zy een paar uuren, om zoo veel te winnen waar van zy een geheele week leven konnen. Zy voeden zig met geringe fpys, en leven zeer fpaarzaanï. « Gedroogde of verrotte vis, ervveten, en fleert zwart roggenbrood, is hun gewoon voedzel. Hunnen drank, beftaat uit liegt bier, en andere drank die niets anders is als Zemel water dat gegift heeft, waar onder men een weinig meel mengt. Zy zyn volftrekt onkundig van het gebruik der bedden; het geheele huisgezin flaapt onder elkandcren, half ontkleet, eenige leggen op matten die op ban ken geplaatft zyn , andere op de aarde. Zy ontfteken des avonds , om hunne huizen te verlieten, fplinters van pyn- en berkeboomen > die zy tusfehen de balken fteken: 't geen zeer dikwyls brand verwekt in een land, alwaar de huizen alleen van hout zyn;

VIL Deel G Egte*

Sluiten