is toegevoegd aan je favorieten.

De nieuwe reisiger; of Beschryving van de oude en nieuwe waerelt.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zes en Tagtigste Brief. 335

alleen dat het koftbaarder was. Het beftond uit een rok die met paaiden gcborduurt, en met edele gefteentens verfiert was: zyn muts was van fabelvellen, en op dezelve ftond een soude kroon, die met groote diamanten bedekt was. Zyn fcepter was mede van goud, en zoo zwaar, dat hy, dikwyls genoodzaakt was om hem van de eene hand in de andere te nemen. Het was op deze wys dat hy de Afgezanten ontving, aan welke hy zig met een Aziatifche pragt en luifter vertoonden. Aan de vier hoeken van zyn troon, wargn vier pylaaren van verguit zilver geplaatft; op ieder derzclver ftond een grooten arend van dezelve ftotïe, die het verhemelte onderfteunde; op dit verhefte zig vier pyramiden, die zoo veel arenden van het zelfde metaal onderfchraagden. ' Ter wederzyden van den troon ftonden twee jonge Heeren van een goede geftalte en bevallige houding, zy waren m wit damaft gekleet, zy hadden mutzen van leeuwenvellen, en waren met witte laarzen gefchoeit; zy waren met goude ketenen behangen , die op de borft eikanderen kruiften, en ter 'wederzvden tot op de voeten afhingen. Zy hadden ieder een zilvere byl op de fchouder, aan welke zy de handen hielden, even als of zy zig gereed maakten om tc kappen. Ter regter zyde ftond een pyramied van verguit zilver, die gebeeldhouwt, en doorlugtig was, en op deze een groote goude bal, die

de