Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Pag; ï

Ö Ë

NIEUWE

REISIGER»

Neges eii .Negentigste Brief,

Kanaiïa-.

Van Louisbourg naer Queböc, de rivier St. Laurens opvarende, lieten wij Gaspefië aen onze linkerhandt liggen: Dit landfchap, vol rotzent, bergen en boslchen, U bewoond door Wilden, die geene andere kleeding hebben dan beestenvellen, en geene andere woningen dan hutten, die met boomfchórfen bedekt, en zoo ligt zijn, dat men dezelven als papier oprolt, en vervoert waer heen men wil. Dewijl dit volk geene beesten om te voeden, noch landerijen om te bebouwen heeft, dvvaelt het bijna gedurig herüm; en zoo dra de eene plaets niets meer tot deszelfs beftaen verfchaft, gaet het tot eene andere over.

Eer de Franfeheh dit landfehap bezochten, hadden de Gaspefiënzers noch broodt nocH wijn tot hun gebruik, en leefden alleen van het geene de visfeherij en dejagt hun verfchafc

iX. Deel A ten

Sluiten