Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Negen en Negentigste Brief. 31

,, de keel ; en door middel van eene pijp., „ welke hij het onder den ftaert in het lijf ' ftcekt, doet hij het bewegen. Inderdaedt „ bedriegt hier deze kunstgreep niemant ; „ maer zij vermaekt de aenfchouwers. - ^ „ Deze Indianen ftrijden nimmer dan door M fehermutfelingen , door verrasfingen en „ met kleene krijgshoopen, die zich alle avons, den op de verzamclplaets laten vinden. Aen „ de gcfteldheit der kruiden en bladeren ken„ nen zij zoo wel de plaetfen , alwaer hunne „ vijanden zijn doorgetrokken , dat zij hen „ op het voetfpoor vervolgen. Om hunnen „ optogt niet te vertragen , dooden zij, zon„ der genade en barmhartigheit, de vrouwen „ en kinders, die zij ontmoeten , ligten hun „ de hoofdfchedels af , en leiden de mannen „ aks krijgsgevangenen met zich. Indien ic„ mant een' bloedverwant in den krijg ver„ lopen heeft, en een' van zijne gevangenen ., uitkiest om deszelfs plaets te bekleeden; „ zoo is deze niet alleen veilig voor alle de „ pijnigingen, die voor zijne makkeren bereid „ Worden, maer hij deelt ook in alle de rech„ ten der andere Wilden. Het huisgezin ,, neemt hem tot zoon aen 3 hem weder weg„ tezenden zou eene eerloosheit zijn , en „ men zou geacht worden het bloedt van den „ overledenen verkofc te hebben. Deze ,ge„ vangenen, getreden in alle de rechten der „ geenen , wier plaets zij bekleeden , wor-

„ den

Sluiten