Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Honderd en -Twaelf.de Brief. 51

,, Dit is zeer wel gezegd, antwoordde het 3, opperhoofdt der Wilden. Laet de beidé koningen overeenftemmen , ik ben daer 3, over verheugd, en vind ook geene zwa,, righeit om vrede met u te hebben. Ik |j ben het niet die u federt zeven jaren gefla,, gen heb; het is de Fransman, die zich vari „ mijnen arm bediend heeft. Ik had mijnen ,, bijl ik weet niet waer gefmeten; en terwijl ,, ik gerust op mijne mat zat, en nergens ,, op dacht, Huurde de landvoogdt van Loui5, ziana mij eene boodfchap, waer door hij „ mij zeide: mijn zoon , de Engelsman heeft ,, mij gcflagen; help mij daer over wreken; ,, neem uw' bijl op, en flaet den Engelsman ,, wederom. . Ik, die altoos naer het woordt 3, van den Franfchen landvoogdt geluisterd ,, heb, ging mijn' bijl opzoeken , en vind ,, eindelijk denzelven , geheel verroest i ik ,, maek hem vaerdig, en hang hem aen mij-

nen gordel , om u op het lijf te komen, j, Thans beveelt mij de Fransman denzelven j, neder te leggen ; weshalve ik hem verre ,, van mij werpe, op' dat men het bloedt, „ waer mede hij befmét is, niet meer zie. 3, Dan gij zegt dat de Fransman u verfchei,, dene landen , die in mijne nabuurfchap

zijn, heeft afgeftaen : hij mag u alles gevert 3, wat hij wil; wat mij belangt, ik heb mijn ,, eigen landt, dat de groote befchermgees: ,i mij vergunt heeft. Zoo lang 'er één kindc D 2 ,, van

Sluiten