Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Honderd en Negenendertigste Brief. 73

zich met de vruchten des lands te voeden, „ en eindelijk om den dienst en de aenbid5, ding van den godt des lichts in het landt

te vestigen. De eerfte Indianen, waer bij

zij zich vervoegden , door de zoetheit hun„ ner redenen geraekt, volgde hen troeps„ gewijs naer het gebergte Huanakaury, al„ waer de Inka de ftadt Kusko bouwde, en

dezelve tot de hoofdftadt van zijn rijk „ maekte. De nieuwe onderdanen, bekoord

door het vreedzame leven, dat hij hun deed „ leiden, verfpreidden zich aen alle zijden, „ om de andere volken van hun geluk te „ verwittigen , en dezelve te noodigen om „ daerin te deelen. Men ftichtte verfchei„ dene vlekken; en de heerfchappij van den ,, nieuwen oppervorst breidde zich uit, naer„ mate de naburige volken befchaefd wer„ den. Dees vorst was Manko-Inka of ,, Manko-Kapak, en zijne zuster, die mede „ zijne huisvrouw was, Mama-Huako ge„ noemd. Het woordt Inka beduidt eigen,, lijk heer, koning of keizer; en dees tytel ,, wordt, door uitbreiding, aen de afftam„ melingen van het koningklijke bloedt gegc ,, ven. Kapak wil zeggen een' man, die rijk „ in deugdt en vermogen is.

,, De twee grondleggers van dezen land5, aert onderwezen hunne volken in de kunst „ des akkerbouws, en hoe zij het water op „ de landerijen moesten leiden, om dezch •E5 » ve

Sluiten