is toegevoegd aan uw favorieten.

De nieuwe reisiger; of Beschryving van de oude en nieuwe waerelt.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

loo De Nieuwe Reisigek.

langwerpigronde gangen , van de dikte eenef ganzefchacht, welke zij verheffen op de ligcha-j men, die door hun acngevallen worden. Zij bedienen 'er zich van als bedekte wegen, om onzigtbaer te arbeiden , en verfcheuren , in luttel tijds, alle de ftoffen, waeraen zij zich vasthechten. Indien zij een bedt belegeren, is het bijna onmogelijk hen te verjagen ;. en als men des avonds deze bedekte gangen vernielt, hebben zij. dezelven, voor des middernachts, tot aen het hoofdkusfen opgeworpen. Wanneer zij de lakens en matrasfen doorknacgd hebben , bijten zij onbarmhartiglijk de perfonen , die zich daerin bevinden, en veroorzaken hun de hevigfte finerten.

Onder de andere zeldzaemhcden , moet ik niet vergeten de tallooze meenigte van middelbare visfehen , die deze kust overffroomen. De zee fchijnt daermede vervuld; en wanneer zij door de grooten vervolgd worden, ziet men hen met geheele banken den oever naderen,, en 'er fomtijds ftranden. Sommigen dezer banken hebben eene uitgeftrektheit van meer dan vijftig vademen; en de visfehen zijn daerop zoo ineengedrongen, dat zij over eikanderen' rollen, zonder te kunnen zwemmen. Zoo dra de inwoonders ze digt bij landt befpeuren, werpen zij zich in het water, dragende eene korf in de eene handt, terwijl zij met de andere zwemmen. Het is eene zeer vermakelijke zaek hen, in deze geftalte, in het midden van dit . • - le-