is toegevoegd aan uw favorieten.

De nieuwe reisiger; of Beschryving van de oude en nieuwe waerelt.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Honderd en Drieentagchentigste Brief. iaï

a dcnde, nam de Negerfché prins zijne muts „ af, naderde den bevelhebber, en greep hem „ bij de handt, die hij verfcheidene malen tot „ aen zijn voorhoofdt ophefte, zonder een „ enkel woordt te fprekcn. De beftierdcr „ deed het zelfde, doch zonder opterijzen of „ zich te ontdekken. De prins ging op een „ zeetje (*) zitten, hebbende zijne twee „ amptenaers aen zijne zijden, en zijne twee „ zangers achter hem. Hij nam eenigen tijdt „ eene diepe flilzwijgendheit in acht, befchouw,, de den beflierder met veel oplettendheit, en „ richtte eindelijk deze rede tot hem :

„ Uwe aenkomst in dit landt, met de waer„ digheit van opperbevelhebber voor de Fran„ fphe mactfehappij' van den Senegal, verno„ mei en niet dan lof van uwen perfoon ge„ hoord hebbende , achtte ik mij verpligt „ voor u te komen, en u mijne vriendfehap „ aentebieden. Ik heb altoos veel genegenheit „ voor uwen landaert in mij befpeurd, en alle ij dienften, die van mij afhingen, daeraen be„ wezen. Ik beloof u in dezelfde gevoelens ,', te volharden; en gij, bevelhebber derFran„ fchen, kunt in 't bijzonder op mijne tocge„ negenheit flaet maken : onlang zelf, op „ dit oogenblik, eene opregte getuigenis dacr„ van, in het aennemen van dezen jongen „ flaef, dien ik u ten gefchenke aenbiede.

„ De

C*~) Tabourzt.

V II 5