Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Honderd en Zevsnentagchentigste Brief. 24!

Digt hierbij is het paleis van den grootketter* meester, alwaer het oppergeregtshof van het geloofsonderzoek gehouden wordt. De Portugezen noemen het zelve het heilige huis; en uit deze verfchrikkelijke plaets komen die afgrijsfelijke vonnisfen, tegens welke de onfchuldf zelve zich naeuwelijks durft verzetten. Deze raedsvergadering is oppermagtig; en alle de andere vierfcharen des gewetens, zoo in Portugal als in de Indien, hoewel zelfs mede oppermagtig , moeten haer rekenfehap van hare hande* lingen geven, zoo dikwerf zij zulks vereischt.

De Portugezen komen luttel overeen nopens de manier, waerop deze befaemde vierfchaer onder hen is ingevoerd. Voor eenigé dagen, hoorde ik verfcheidene geleerden over deze ftof redentwisten , en ij der haer eenert bijzonderen oorfprong toefchrijven; doch alles bepaelde zich tot deze twee meeningen, welké ik aen uw oordeel onderwerp; De eerfte kwam mij voor als eene dier fabelen , waeraen de ligtgeloovigheit der menfehen voet geeft. Zij werd mij op de volgende wijs voorgefteld« „ Een jongkman van Kordova, Pedro Saavedra „ geheten, had niet alleen eene fraeije handt j, van fchrijven ; maer bezat tevens de ver5, derffelijke begaefdheit om allerlei letters naer„ temaken, Hij befloot dezelve tot vergroo5, ting van zijn geluk te doen dienen; en de j, middelmatige voordeelen als beneden zich „ befchouwende, kreeg hij groote inzigten, erj XV, DesU Q. » vorm*

Sluiten