is toegevoegd aan uw favorieten.

De nieuwe reisiger; of Beschryving van de oude en nieuwe waerelt.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

iS4 De Nieuwe Reisiger.

nog niet voor het ganfche jaer hebben j „ want het is zeldzaem dat zij tot het einde j, van den winter duurt. Om dat gebrek te „ vervullen , doen zij hunne beesten aderla„ ten, en koken het bloed: hierbij mengen 3, zij een weinig melk, en eten het met het „ overfchot van hunne gort. Deze lating 5, maekt de kudden zoo zwak , dat zij des 3, morgens, wanneer men haer naer de wei3, den moet fturen, naeuwelijks kunnen op„ Itaen. Verfcheiden lieden moeten zich bij3, één voegen, om eenen os of eene koei op 5, de been te helpen.

„ Des zomers , om nader te zijn bij de „ oorden , alwaer zij het vee , 't welk de „ aderlating van de lente overleefd heeft, la„ ten weiden , wonen zij in nog elendiger 3, hutten , dan die geene, waervan ik ge~ 3, fproken heb, Zij bouwen dezelven in het 3, hoogfte gedeelte van het gebergte, en ma3, ken 'er hunne boter en kaes. Van hunne ,, kindschheid af gewoon tot op de huid toe „ doorweekt te zijn , bevochtigen zij, wan„ neer zij, op eene drooge en koude plaets, 3, in de open lucht moeten flapen, hunnen ,, mantel, winden zich daerin, en leggen zich „ op de heide neder, alwaer zij den nacht, „ onder de befchutting van eenigen heuvel, „ doorbrengen. Zij meenen dat de hitte, die „ Uit het ligchaem door hunne kleeding dringt, „ eenen damp verwekt, waerdoor den wind'

„ be;