is toegevoegd aan uw favorieten.

De nieuwe reisiger; of Beschryving van de oude en nieuwe waerelt.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Tweehond. Zesenzestigste Brief. 241

'men hem de visch, waervan men hem geheel afwent. Wanneer men meent , door hem dikwils te zien en tot hem te fpreken, hem volkomen getemd te hebben, maekt men hem aen den hals met een leizeel vast; en men gewent hem goedwillig te volgen , op het eerfte bevel te gehoorzamen , en alles wat men hem eischt te brengen. Dus afgerichts leidt men hem aen den oever eener rivierê: men neemt eenige kleene doode visfchen met zich, benevens anderen, die een weinig grooter en levend zijn. Eerst werpt men hem de kleenen toe, die het dier vaerdig opneemt, doch welken men hem noodzaekt aenftende overteleveren. Insgelijks is het met de levenden., welken hij even fpoedig aengrijpt, ert mede aen zijnen meester komt brengen.

Hij, die mij het vermaek van deze jagt bezorgde , verzekerde mij dat de otter, dien hij zelf op deze oeffening afgericht had , dagelijksch zoo veel visch vong , als hij noodig had , om zijn geheel huisgezin te fpijzigen. Voor het overige, is deze manier van jagen niet nieuw in Zweden , waer men zegt dat de koks gewoon zijn otters in de vijvers te fturen , om de visch, welke zij noodig hebben, te vangen.

Het eiland Gothland, 't welk de bootsgezellen het oog der Baltifche zee genoemd hebben, had oudtijds zijne bijzondere koningen; en deszelfs naem heeft het gekregen,- omdat

XXL Deel. Q <N