is toegevoegd aan uw favorieten.

De nieuwe reisiger; of Beschryving van de oude en nieuwe waerelt.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Tweehond. Zesenzestigste Brief. 255:

bloedverwanten van den vorst echter tot de kroon opvolgden, gefchiedden het fomtiids zonder opzigt tot de orde der geboor" te, en altoos uit kragt' eener verkiezinge. " De Zweden bedienden zich zelfs van dit regt als van een' tytel, om hunne opper" vorften aftezetten , wanneer deze laetften " een' aenfiag maektcn op de vrijheid of de 11 voorregten van den landaert. De magt van , den koning was zeer bcpaeld ; hij mogt " geen oorlog voeren , noch vrede maken, " en noch minder krijgsbenden of geld ligten, zonder de toeftemminge van den njksraed £ en de algemeene ftaten. Het was hem met geöorlofd nieuwe fterkten te bouwen , noch ' het bevel over de aloude kasteden aen an" deren te geven, dan aen 's lands inboorlin" gen. Hij zou zich aen een' algemeenen op, ftand bloot gefteld hebben, indien hij ondernomen hadde vreemde krijgsbenden in " het koningkrijk te brengen. Alles, wat " zijn gezag konde uitbreiden of verfterken, was te gelijk verdacht en hatelijk; en deze ' volken vreesden niet minder de magt van hunnen opperheer, dan die van hunne ff vijanden.

„ De bezitting der kroone beftond alleen „ in eenige landerijen van weinig uitgeftrekt„ heid, en in eene zeer ligte fchatting, die „ de landlieden betaelden. In het vervolg a voegde men daerbij de kopermijnen , den

„ ei-