Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Tweeh. Negenentagchentigste Brief. 15S

„ dig ; de flagting vermeerdert ; het bloed „ ftroomt aen alle zijden;.... valt neder, fiere „ Britten, en erkent uwe meesters". 1 De Engelfchen, vertoornt over het verlies van Mahon, wierpen het zelve op den admirael Byng, dien zij bcfchuldigden dat het hem aen goeden wil en kloekmoedigheid ontbroken had, in zijn gevecht tegen den heer de la Galisfonniere. In het bijzonder beticht men hem, dat hij niet dan van verre, gelchoten heeft, en den Franfchen admirael niet digt genoeg genaderd is. Anderen verdeedigen hem, en verzekeren dat hij, met zeer ongelijke kragten aen die der vijanden, geen' oogenbhk in twijffel geftaen had, fchoon hij in een'kwaden ftaet was, om het Franfche vlootdeel aentetasten. De gebeurtenis was zoodanig als zij behoorde te zijn; Byng, na zich met zoo veel ftandvastigheid" als bedaerdheid vertoond hebbende, zijne fchepen ziende mishandelen, heeft zijn geheel vlootdeel niet willen verliezen; en Minorka werd ingenomen. Aen het oordeel van een' krijgsraed overgeleverd, gaf deze admirael, ter zijner verdeediginge, een gefchnft over, waervan men dit ftuk in de nieuwspapieren plaetfte.

„ Ik tracht den blacm , dien men mij wil „ doen dragen, geenszins op anderen te fchui„ ven; maer is het regtmatig dat ik bezwijke „ onder den haet van een' landaert,. wiens '„' oordeel vooringenomen is? Men heeft denK 5 » zel'

Sluiten