Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

14© HET EUANG. VAN MATTHEUS.

mei voedt ze nogthans. Hoe veel beter ■ sijt gijs dan de vogelen! j En wie onder u kan door zijn kommerlijke zorgen aan de

la»g-

ïPlven wordt een buit der roofvogels; dit is bijna hun gewoon einde, maar van honger zien wij hen niet vergaan: zij fterven wel van koude, maar dit gebeurt dan in buitengewoon koude jaaren , en tot zulke buitengewoone tijden van nood ftrekt wezenlijk onze angstvallige zorg zig gemeenlijk niet eens uit ; intusfchen moet ik het toch in de daad voortreffelijk goed vinden, dat bij de vogels enkel gezegd wordt, dat God ze voedt, niet, dat hij ze verwarmt.

Hoe veel beter zijt gij den de vogelen'.} Zou God, als bij voor het laage gedeelte der fchepping, zö gezorgd, de Natuur' voor hun zo rijk gefebapen heeft, het edelfte en.beste gedeelte, de menfchen over 't hoofd gezien hebben? 't is niet waarfchijnüjk Wij vinden ook bijna nooit iemand, die van honger omkomt, die naakt is, buiten zijne geheel bijzondere fchuld, of dergelijke buitengewoone ongevallen, ;bij voorb. van verdwaafen in een boscii, van fchipbreuk, waarover onze angstvallige zorg omtrent den ver toekomenden tijd gemeenlijk in 't geheel riet gaat. God heeft de Natuur zo rijk gefchapen, dat zij bijna over, SI.fpijs oplevert, (zie bl. 56. en de aanmerking op VJÏIl 3) maar,'t geen hier nog nader behoort, go veele behoeften van andere menfchen, dat, dia werken wU altoos zijn brood verdienen kan: en 't geen nog meêr is, zó veel medelijden in der menfchen ziel gelegd, dat, die piet meêr arbeiden kan, wegens ouderdom of ziekte, bijnn zeker onderfteuning vindt. Dit medelijden , of liever deze volle deelneeming, is in veele gevallen nog leevendiger; men ftelle zig voor, dat een verdienftelijk man buiten zijn fchuld van zijn ambt ontzet, of enkel ontfiagen wordt, zo is dit meêr dan ééns de weg tot een veel rijker beftaan geweest, want anderen bieden hem hunne dienften aan, en dat doen wel meerderen. Maar aan deeze buitengewoone gevallen van ongeluk en geluk wil ik bij eene redekundige aanmerking

derr

Sluiten