Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C a f. XVII: 1-13- »f

de dooden zou zijn opgeftaan. | Doch zij- ïo ne leerlingen vraagden hem, hoe zeggen

dan

digen zijn toch waarfchijnlijk thans flegts op een laagen trap van deze leer, die dog niet boven eene halve eeuw oud is; zou het niet mogelijk zijn, dat *t geen zij nog niet weeten, en daar nogthans hunne kundigheden en proeven aan fchijnen te grenzen, in 'c toekomende word uitgevonden? kon dit niet reeds eene geheime kunde van eenigen in den ouden tijd geweest zijn? Men herinnere zig toch nog, dat Jefus wezenlijk, hoewel op eene zeer ongerijmde wijze, door Bahrdt van geheime kundigheden befchuldigd is, welke hij vaneen Egyptenaar zou geleerd hebben, 'twelk geregeld zonder eenig getuigen als gefchie» denis verhaald word : maar de zaak anders voorgedraagen, niet gelogen zijnde, dat iets gefchied zij, een. vermoeden, eene twijfeling, of Jefus niet van eene geheime natuurkunde kan geweeten hebben, 't geer» wij nog niet weeten, zou een ondereoeker meêc ontrusten. Zelfs bij de glinftering van z;jn gezigt en zijne kleederen zou hem mogelijk een middel te binnen komen.

In deze omltandigbeden is het te begrijpen, dat jefus dit, enkel tot eene volkomene gerustftelling zijner leerlingen beftemd verfchijnzel, niet bekend gemaakt wil hebben, tot dat zijn Godsdienst door meerdere onwederlegbaare bewijzen bevestigd zijn zal. Het gevolg der bekendmaaking zou buiten dat geweest zijn, dat men van hem gevorderd had, om voor de oogen van anderen meermaalen te herhaalen , 't geen voor *t gezigt zijner leerlingen gefchied was: ?t zou bij 't volk ten uiterften verdagt geweest zijn, zoo hij ?t had afgeflagen, en zoo hij 't gedaan had, zou de Godsdienst van Jefus terdond bij zijn begin op hemelfche tekenen gegrond en geloofd zijn, welke nu voor ons gelladig twijfelachtiger zouden beginnen te worden.

vs. 9—13.] De plaats van Malaebfa, III; 23. 24. (of IV; 5. 6.) verftonden. de Jooden op die wijze,,

dat

Sluiten