is toegevoegd aan uw favorieten.

Nieuwe overzetting des Nieuwen Testaments met aanmerkingen voor ongeleerden.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

iflö de BRIEF van FAUL. aAn de ROM.

rechtvaardig? Geens jpenaf, maar vanGodè ij zins !| want tot Mo 'genade, |

fes zegt Hij: wien Maar wat zullen wg 1+ ik nu

vs. ió\] Het zestiende vers ziet op de, Geti.XXVlt. verhaalde, gefchiedenis aangaande den zegen van Izaakl JJeze profeetifche zegen, van welken het bezit van tfalaestwa, en de opperheerfchappij van het eene Volk over her andere afhing, wilde Izaak aan geenen anderen dan aan Ezau geeven, wijl hij geloofde, dat deze hem als den Eerstgeborenen toekwam, en daaróm ook Ezau bijzonder lief had: Ezau gaf zich alle moeite, en liep in het Veld, om het van zijnen Vader begeerde wildbraad te fchieten: Jakob bleef te hui», en weigert, in het eerst, de bedrieglijke rol te fpeeJen, welke zijne moeder hem oplegt, en zich, onder eenes anderens naam, aan zijnen blinden vader voor. teftellen, om den zegen te ontfangen; maar, naai» Gods onwederdaanbaare bedelling, zegent Izaak .hem dien hij niet zegenen wilde, zijnen tweeden Zoon jakob. — Noch daar te boven; het was zelfs niet een» eene goede daad, door welke Jakob den onherroepJijkrn zegen verkreeg, maar een bedrog, waarvan zijn eigen gewisfe hem zeide, dat dit hem met recht den vaderlijken vloek kon op den hals haaien. Alleen, indlijk geluk, het bezit van een fchoon land deelt God, met naar verdiensten en werken, maar dikwils mar geheel andere oogmerken uit, en zoo oeffende hij hier de volkoomen vrije verkiezing, om het aan Abraham beloofde land te geeven aan dien van des« Eelfs nakoomelingen, wien hij het wilde geeven. Dit had Paulus reeds vs. tl. aangemerkt.

vs. 14 ,5. i7. 18. I9>] Van hier volgen enkel te. genoedenkingen, welken Paulus, uit den mond. van eenen Jood, maakt, en zomwijlen, door een paar tusfchenwoorden, tusfchen beide afbreekt. Dezen fcoo. .men allen daarop neder, dat de, wegens hun onge. Jool, verworpene Jooden onbillijk behandeld wierden, dat God onrechtvaardig jegens hen handelt, wijl alles m de Waereld van God afhangt, en deze hen nu

een-