is toegevoegd aan uw favorieten.

Nieuwe overzetting des Nieuwen Testaments met aanmerkingen voor ongeleerden.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Cap. X: i-XI: i.

S'9

fchied is, waar toch wel gewis geef) water genoeg is, om een Volk van zesmaal honderd duizend volwasfene Mansperzoonen, dat is-, vrouwen en kinderen mede geteld, wan twee millioenen menfchen te doopen. Paulus zegt daarentegen, God heeft hen zelve gedoopt, daar zij door de zee gingen, &i het fchijnt, hij had daarbij de plaats E»od. XIV: 31. in de gedagte, waar, terftond na hef verhaal van den door* gang door de zee, gezegd wordt, zij geloofden aan Jehova, en aan Mofes zijnen knegt. De uitdrukking is zeker zeer figuurlijk, zoo als het gewoonlijk in de Theologie der Jooden is, en moet wat nader verklaard worden. De Israëllieten gingen |.) onder de fVolk, en uit deze fchijnen, bij de aannadering der Egijptenaaren, verfchrikkende blikzemen en donderflagen te zijn uitgefchooten, die de Ruiterij en krijgswagenen der Egijptenaa* 1 ren in wanorde bragten, Exod. XIV: 24- Pf» LXXVII: 18. 19. Hier worden de onder de wolk gaande Israëlleren door een onwederregen van boven gedoopt, a) Door de Zee. Deze befchouwt Paulus niet, zoo als het grootfte deel der Verklaarers van Mofes in den laateren tijd, als volkoomen uitgedroogd en zonder water; werklijk Zoo kon het water naauwlijks door den wind weggedreeven worden, dat er geheel niets zou gebleeven aijn: Hij verftaat, Exod. XIV: 29. anders dan onze meeste Uitleggers: de zee was zoo uitgedroogd , of droog geworden, dat men door het water gaan kon: alleen men ging toch door het water. Werklijk gebruiken de Grieken het woord, dat hier voor water ftaat, ook om te zeggen, wanneer men zoo door de zee gaat, dat toch een gedeelte van het ligchaam onder het water is.

Dit zegt nu Paulus was hun Doop; God rekende het hun als een doop: in het geloof aan Mofës woord gingen zij in de zee, en daar zij door dezelve gegaan Waren, geloofden zij aan Mofes. Dit noemt hij op Mofes gedoopt zijn. Wij zouden zeker zoo figuurlijk niet fpreeken; alleen het fchijnt, dat deze wijze van F ^ - voor-