is toegevoegd aan uw favorieten.

Sophia's reize van Memel naar Saxen.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 220 )

laaten noodigen. Voornamer te zyn dan ik, en daar^

bv vaisch meer heeft men niet noodig om my

teverjaagen. Het kan zyn, dat dit niet geheelenal verwaandheid, maar misfchien een klein tinétuurue van hoogmoed is. Hierover moet ik u eens myne gedachten zeggen. Ik denk naamelyk, dat die hoog-

moedig is, die anderen vernederen wil zodanig

was de Pharifeër, zelfs éér hy nog den Tollenaar noemde: Maar ik noem dien mensen edelmoedig, die zich niet vernederen wil, daar de Christelyke Godsdienst zulks niet eischt aldus waren de Apostelen,

die met den arbeid hunner handen de kost verdienden;

zo was paulus te philippi zo is myn

vriend te haberstuoh. Wat dunktu, zou

ik hier geen gelyk hebben?

Het was omtrent middernacht toen wy in komsosBEHGEN te rug kwamen. De Freule liet my vervolgens in haare koets naar huis brengen. Ik moest onderwege over eene ophaalbrug ryden, welke eerst moest neergelaten worden, dewyleen fchip daardoor gevaren was, en ingevolge van myne gewoonivke verfchrokkenheid, flapte ik by die gelegenheid zolang uit het rytuig. Hier vond ik den Heer schultz, aan wien ik haaftig vroeg, of hy tegenwoordig eenige goede vooruitzichten had, omtrent zyn toekomend geluk?

„ Ja zeer zeker," gaf hy ten antwoord, hoewel ik tot nog toe niet weet van welke foort die * zyn. De Gouverneur, de Brigadier van N* en meer andere Rucfifche Heeren van aanzien, doen \ allen hun best om my fchielyk voort te helpen, ' p 3 9J maai