Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

( 512 j

j; Mynheer de Hofraad," zeide hy, hoor rhy eerst fpreeken éér wy verder gaan. Gy ziet hierop myn horlogie dat het precies vyf uuren is. Ik bén ongewapend gelyk gy ziet} en dus niet van zins u aan te vallen, dewyl 'ik geen' haat tegen u heb. Maar indien gy my aanvalt (hier toonde hy hem den rotting ,) dan ben ik klaar. Ik ben hier gekomen, "alleen om n te toonen dat ik voor geen menfchen bevreesd ben. Ik heb uwe uitdaaging aan-*den Plaats - Majoor gezonden. Maar om u echter in geen gevaar te brengen , heb ik aan zyne Hoogedelheid gefchreven; dat ik in myn briefje uwe uitdaaging van vyf uuren tot op half zes verfch'oveh had. Nü zal 'er zekerlyk binnen een half uur eén commando van de wacht hier zyn; gy kent de Rusfifèhë wetten mèt betrekking tot het tweegevecht, ftygt derhalven zo fpoedig mooglyk te paard, eil ftel thuis ordér op uwe zaaken ; en vertrek dan zoras gy kunt door het venster of door de fchoorfteen , zo als gy zulks zult goedvinden. Dit is myn welmeehende raad. Ik zal u niet nader komen ; maar zo _gy my nader komt dan zou het misfchien een hartig kostje met peper en zout voor u kunnen uitleveren! '*

De Seconde van de Hofraad luisterde hem hierop iets in het oor, en fprak vervolgens La*yn , hetwelk de Heer MALGRé niet geheelenal verdam kon. Zy fpraken met zeer veel drift, en traaden onder deeze zaamenfpraak langzaamerhand naar den Heer puff toe. „ Hoor een reis, jongetjes," zeide de Heer puff,

ben jylui zo grootsch op jouw latyn; wel ik verftaa ook nog een mond vol." Hoor eens, om jouw

drift

Sluiten