Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

( 493 )

,, Dan nog," gaf ik ten antwoord, „kunnen zy myn geweeten niet gerust ftellen." — _ ' ,, Zou dan het geweeten door den tyd met ge„ rust gefteld kannen worden, wanneer deOveng' heid over de zaak gevonnisd heeft?" — " „ Misfchien; maar zolang dit geene plaats heeft, „ ftaat het my niet vry tegen myn geweeten te han*

,, delen." —

„ Op wiens woord hebt gy dit gevoelen aange-

„ nomen?" —

„ Op niemands woord, maar ik heb reeds vroeg de betekenis leeren verftaan van het zeggen van

H den Apoftel Paulus:" Al wat uit den geloove

" niet en is dat is zonde, „ en ik weet, en gevoel,.

\\ dat ik tegen een twyfelend geweeten niet mag

„ handelen." —

„ Maar, misfchien doolt uw geweeten?" —

„ Ook dan is het nog twyfelend." —

„ Misfchien is het geweeten eene bloote har-

„ fenfchim?" —

„ Neen, dit ftryd tegen het onbetwistbaar ge-

„ voel van deszelfs aanwezen " —

„ Misfchien is het dan een bloot vooroordeel der

„ opvoeding?" —

„ Schoon het dat nu ware ; dan hebben echter

„ weinig menfchen het vermogen om zich boven

„ de vooroordeelen der opvoeding te verheffen; ert - ik , ik ten minfte zou op deeze onzekerheid my „ nimmer laaten fcheiden." — ' Hy zweeg een oogenblik , en vervolgde toen aldus* „ Kunt gy hierover niets meer zeggen; want ik

„ be-

Sluiten