Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

( 49* )

„ befpeur dat gy , 0f veel gelezen, of eene uit-' Ü muntende opvoeding gehad hebt ?" — „ Dit is beide waar." —

„ Weet gy dan wel te recht, wat een goed geweeten is?" _ h b

„ Het is het gevoel van het zedelyke van eene

„ daad, voor zo verre ik die kan befchouwen." Hy fcheen zich over myn antwoord te verwonde-

ren.

„ En waar hebt gy dat gelezen?" — „ Nergens; voor zo verre ik weet." — „ Van waar hebt gy dan dit denkbeeld gekregen ï " „ Uit de eerfte blyken van een geweeten in den „ mensch, toen 'er nog geene opvoeding of voors, oordeel onder de menfchen kon plaats hebben." __ „ En hebt gy dit, tot nu toe, voor eene zeke» te waarheid gehouden ? " _

c 1*4 en deze,,re is d°or de vergelyking van „ Schriftuurplaatfen, die over het geweeten hande» len , met de ondervinding van my zelve en van „ anderen volkomen beveiligd geworden." —

„ Laaten wy derhalven nu tot de hoofdzaak ko„ men. De ftaat van uw geval is dan deeze- Dat

dewyl, met betrekking tot de echtfeheiding, (naar

uw zeggen) de Goddelyke inftelling u te geftreng ,, fchynt, gy begeert te weeten , of menfchelyke „ mtleggmgen te meer, omdat die op fommige „ plaatfen landwetten geworden zyn, aan dezelve

wet meer licht hebben bygezet, en of dus de „ Geeftelyke en Waereldlyke Overigheid niet mis„ fchien de zaak beter en duidelyker begrepen heb. » ben dan gy?"—• r T

Sluiten