Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

den Radegast. Myn hart zit als in yzeren boef jens beklemd. Heb ik nog ruimte om rechtuit te zeggen, waarop myn Vader aandringt? o God, o God! Hy begeert, dat ik hem zal zeggen, of ik aan u verloofd ben; of zo niet, dan wil hy, dat ik hem onder eede belooven zal \ dat ik nooit met u in het hiiwelyk zal treeden.

IVelaan! Laat ik dan die geheiligde banden verbreeken! Laat myne hand , zoras myn vader van hier verfcheiden is, den bedelfiaf aangrypen; want daar zyn geen twee Rthlrs meer in ons huis. — Ach Broeder! Broeder! zo verre hebt gy my gebral' Maar ik wil het doen! de vluchtende ziel van myn' vader beveelt het my. Verbreek — verfcheur uw hart, heffte Spes! even gelyk ik het myne verfcheur, — verbreek de banden der allerzuiverfie der alleronfchuldigfte liefde J ' — Gy zyt thans volkomen vry, myn waardfte' En ik gaa heenen om voor het fterfbed van myn' vader den eed te verbreeken, dien gy my, geheel buiten noodzaaklykheid, afgeperst hebt! Ik gaa, om die trouw belofte te verfcheuren, welke gy my in de verwarring der liefde hebt opgedrongen. Ik gaa om door meineedigheid het overige van myn leven bitter.

Hebt gy het gevoeld, myn waarfte Sp es, dat hy thans ftierf-2 Ook u overdekte het bemeifchegewelf; heeft het u ook niet ter aarde nedergedrukt? Heeft het geruisen van de vleugelen des Dood-engels ook ook niet uwe ooren getroffen ?

Ja, hy is overleden! Nog koud van het fluiten

zy-

Sluiten