is toegevoegd aan je favorieten.

Sophia's reize van Memel naar Saxen.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 173 )

5 nóg van zyn leven geene gezien; —ook wist hy „ niet dat'er by Koningsbergen drie duide„ lyk zichtbaar zyn, en evenwel was hy daar ge„ wonnen en geboren. Toen kwam het onweêr „ op, en aanftonds wou hy fpoorflags naar de ftad „ ryden; en ik had veel werk om hem te beduiden , „ dat dat gevaarlyk is, omdat het den blikfem aan-

„ trekt. Dat moest ik hem bewyzen! Vervol-

„ gens ging hy onder den toren ftaan; en zie maar „ eens hoe die gebouwd is, de fpits heeft geen* ora¥ gang, en loopt zo fchuin af als eene grenadiers„ muts. Ik praatte hem daar ook vandaan; daarop „ liep hy daar onder dien dikken eikenboom. Ik „ zeide hem dit ook: Gy, geftudeerde Heeren, „ zeide ik, zyt dikwyls niet wyzer dan een van

ons. Nog pas had ik hem ook daarvandaan ge„ bragt, paf! daar floeg het in den boom , dat het ,', zo takken en fplinters regende. Bons! viel zyn „ paard neêr; daar ftond hy te kyken. Ik fchepte „ gaauw een' emmer water; want het paard lag „ daar, opgezwollen als eene pad; toen kwam het „ weêr by; en toen dacht hy?...

— Hy zweeg, glimlachte, en krabde onder zyne muts. —-

„ Welnu?"

„ Wel! hy dacht, dat ik met het water het vuur „ in het paard zyn lyf uitgedoofd had. Het zal „ jou, dacht ik toen, met den tyd hard vallen ont

„ een ftuk brood te verdienen. Als hy nog

„ maar niet zo wys had willen weezen! Hy fprak „ van wegluijen, wegfchieten, meende, dat 'er op p dorpskosten eeue kartouw moest bezorgd wor-

„ den.