Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

( 24 )

"«.BRIE F.

mariannjs maartys aan johanna des Tttinmans Dochter, te eergshof.

koningsbergen.

2jonder een eenig oogenblik optebouden, heb ik uw verhaal geleezen. Vervolgens heb ik een kwartier daarop gedacht en daarop ging ik terftond naar den

Heer. van vlieten. Lieve jan?je, ik

kwam by hem op een' zeer ongelegen tyd. Niet als of ik hem verdrietig gevonden had; want ik denk, dat hy dat niet zyn kan; in tegendeel, hy zat onder de Citroenboomen van lotje, en rookte (het was zeer vroeg) zyn' ochtenpyp. De vengfters van haar vertrek waren open, en met den arm in een derzelver liggende,luisterde hy naar haar gezarg met eene zigtbaare verrukking, Zy zong het Lied, 't welk lotje, zelve u reeds gcgeeven heeft: „Wat zal't zyn, ,. ah eens, o eeuivig Licht." &c.

„ En als gy het eens met twee ftemmen hoorde," zeide hy zagjes, toen ik dit lied prees, „dan zoudt

„ gy het zingen, waar gy gaat of ftaat."" Hy

legde de pyp neer, nam door het vengster nog een kopje Thee van,lotjes tafel ! „Da Capo zeide

hy „maar eerst nog een weinig voorlpel." Ge-

duu.

Sluiten