Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 235 )

„ Ook niet; maar ik had ze geftoolen" „ Wat zyt gy derhalven?" „ Een Dief."

„ Wat ftaat daarvan in dat heilig Boek ? "

„ Een Dief komt niet, dan opdat hy jlcele?

Nu zag zy het kind aan met een medelydenü gelaat: ,, Waarom moet ik uwe vingers thans met „ den pollepel flaan?"

„ Omdat ik geftoolen had."

„ Had ? -— zoo fpreekt men eerst, als een zaak

„ loorby is, had? zoo lang God u nog

„ niet vergeeven heeft, is het nog niet voorby. Gy , moet dus nog zoo lang daaraan denken, als hy „ het in uxv gczveeten laaten zal: en zoo lang moer . gy ook daarover bidden."

Nu was het kleine hart geheel gebroken.

Geef nu uwe hand."

„ Zy vouwde bevende haare handen, en ik

geloofde niet, dat zy dezelve zou ophouden^ 10 „ Hoe veel flagen zult gy nu ontfangen?"

II Twintig."

„ Hoeveel zyn dat ? "

r.— Het kind telde op de vingens: „ Neen; zo® veel bekom ik mei: flegts half zoo veel." jj Waarom?"

„ Omdat ik niet ook geloogen heb." „ Hoeveel dus ? " ' „ Tien "

„ Hoeveel zyn dat? ' Op eiken vinder een.'!

Sluiten