Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

( m )

„ Neen, hy zeide, dat hy haar niet kende» . . : Ei, Gy zult het wel zyn ! Man, geef het toch „ naar, geef!

De Man gaf my volgend biliiet:

ï 5

V E Ri

De Secretaris van den Heer Less** heeft bevel , om ü alle hulp toetebrengen , indien Gy hem met uwe commisfie gelieft te belasten.

„ Waar is die Heer?" nep ik, „van vreugde 5, buiten my zelve."

„ Ziet Gy Man? ik zeide het wel! Lieve God 1 „ flegts eene myl hiervan daan, Juffertje."

• Ik omhelsde deeze Vrouw: „ Moedertje,

3, breng my op het oogenblik by hem "

„ Neen Juffertje; ik heb een ziek kind: maar gy „ Man, ga met Mieke, (*) ga."

Wy gingen. Ik meende, dat wy reeds naby het Dorp waren toen de man tegen my zeide, dat wy eerst een vierde van eene myl hadden afgelegd, zog onmaatig flerk zyn hier de mylen.

(*) Maria of Mietje,

Sluiten