is toegevoegd aan uw favorieten.

Sophia's reize van Memel naar Saxen.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

I 95" 1

ik dit zou kunnen oplosfen,) doch aan Gods goedheid dagt ik, rampzalige, geen oogenblik!

Ik ging aanflonds aan myn' Weldoender fchryven. Ik wilde den briefvragt vry bezorgen: hy bleef leggen, om dat ik eerst geld moest hebben; en het is goed, dat hy nimmer gegaan is. Hoe zou hy den regtfchaapen man bedroefd hebben! Hy beftond uit een vloed van woorden, waarvan niet een eenig God^ prees!

VERVOLG.

Nadat ik onder het getal der Studenten aangenomen was, ging ik in myn ftudeeren met eene vlyt voort, waartoe ik alle myne kragten ongelooflyk infpande.

Daar was by myne beweegredenen eene nieuwe gekomen: om dat ik gaaven had, wilde ik de grootfte lichten des waerelds verduisteren, en een begin daarmede maaken, dat ik Bayle in een Woordenboek, gelyk het zyne, voorbyftreefde;want alle Bibliotheeken ftonden voor my open, (eene omftandigheid, zonder welke geen Geleerde iets degelyks worden kan;) (*) en meer, dagt ik, heeft een man, als ik,

niet

(*) En waar over moet men meer ontevreeden zyn? Over de traagheid der Studenten. Over de onvriendelykkeid dér Sibliothecarisftn. Over de aorgelooshsid der Opperden, die zodanige