is toegevoegd aan uw favorieten.

Sophia's reize van Memel naar Saxen.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 104 )

Ik fprong op,nam de 12 dukaaten,en zeide met eene dreigende ftem: „verklaar u met ja of neen, of gy dit geld neemen zult."

„ Laat ons zagt fpreeken; het Billiard-gezelfchap „ eischt dit van onze zeden, en het gezelfchap in de n Concert-zaal verwagt het van ons gevoel."

n Rond uit," fckreeuwde ik, „ zult gy het geld M neemen,"

CZagtjesO „ Ik zal het geld niet neemen; ik trol? f, nooit myn woord in."

■ Hy nam zo gerust een fnüifje, terWyl hy dit zeide, dat de kwaade grond van myn hart 'er geheel van beefde. Ik fchroomde echter, niet befchaaft te fchy. Ben, en ging aan de fchoorfteen, om te overleggen, Wat my te doen ftond, ter wyl hy nog in 't vertrek bleef, daar hy van faeècca een ftuk goudgeld liet rVisfelen.

Niettemin leed myn hart zo veel door de gewaar' Wording van de (misfehien niet genoeg verborgen gehouden.) voortrcffelykheid deezes mans,- van het fpytig lachen van zommigen uit het gezelfchap, (rot myne fchande moet ik bekennen, dat het maar jonge, gekken waren,) — en van de verlegenheid, wat ik, nu mat dit geld zou .uitvoeren, — dat ik onftuimig pnikeerde, .en op een nadi-ukkelyken Toon tegen hem Wld.fl *>vvat Wprd 'er van dit geld, Mynheer.?'

»> Alles', wat gy'wiit," antwoordde hy,

„s Mynheer, gy moet het neemen,"

„ Moet