Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 235 )

,4 My dunkt het werpt Wat op!"

Aanftonds zette hy zich vaster op den zadel: » gy „ zyt een gek," zeide hy benaauwd.

Als 't den borst beter hield, dat was ge€fl M kwaad."

„ Ik had 'er zo een: maar het was kortademigP „ Jammer, jammer, dat het eene Merry is!...'*

En op eene Pas gereeden ..." „ Ja, dat word dan op 't laatst een hondsdraf..." 5, Hier treed het buitendien wat kort." „ Met eene Desfaufche ftreng zou 't beter gaan.'* „ fa, het treed ook een beetje binncnwaards.'* w 't Is wel, ik heb wat anders te doen!" En daarop rende hy naar de hoeve, maar verloor den beugel-, en was haast van boven neêr gevallen. Heel rood wordende klom hy 'er af, en trok aan den beugel; „ de riem is ook te lang; dat zou hem wel aanftaaft-, „ dien met zyn te kort geknikzel. Maar Antje;\\ \\&!> s, ik een woordje te zeggen voor den Schoorfteen»^

Terwyl ik hem zyn bier in fchonk, zag hy my met eene ernftige beduidende miene aan, flopte zeer diepzinnig zyne pyp, leide toen zorgvuldig het vuur te regt, en keek onöphoudelyk in de vlam, „ We! „ nu, by dat al hebt gy toch uw' zin, en ik heb „ beloofd, dat ik 't u zeggen zou! Voor andere men» „ fchen ben ik misfchien gelukkiger, dan voor myn-ê „ eigen geringheid! Helaas! Hoe?" Na eene zeer lange Pauze, geduurende dewelke hy van tyd tot tyd een haal uit de pyp deed ? en nog geftaadig in 't vuur

keek»

Sluiten