is toegevoegd aan uw favorieten.

Magazijn van geschiedenissen, romans en verhalen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

102 DE BOUWVAL, of GESCHIEDENIS

gong een lied, het welk zoo aendoenelijk en teder was, dat liet niet, dan het tederst lispelen der liefde zelve fcheen. De iharen van het fpeeltuig werden flegts zeer zagt geroerd, en vormden het flreelendst accompanjement. Julia luisterde en hoorde duidelijk de volgende woorden:

ARIA.

't Is alles ftil geen windje krult den vliet,

Geen enkle klank ftoort 't zwijgen van dit uur; De flaep alleen voert hier het loom gebied, Zijn hand verfpreidt den balfem der natuur.

Doch niet voor mij vergeefs roep ik hem aen ,

Dat ook zijn hand mijn oog fluit voor 't geween; Die mint alleen laet hij zijn hulp ontflaen; Ja ach!... hij fluit zijn oor voor mijn gcbeên!...

Hier op volgde een diep flilzwijgen van eenige oogenblikken, en vervolgends werd dit gezang nog eens herhaeld; waerna het muziek geheel ophield. Zoo Julia zich te voren verbeeld had, dat zij door Hippolitus bemind werd, thands had zij zeker de gegrondfle reden, om zich hier van ten volften overtuigd te houden. Dan, ten laetflen zeeg zij in eene fluimering , en de lugtige geflalte van hare denkbeeldige zaligheden, vertoonde zich thands dadelijk acn haer gezigt. De ugtendzón verfpreidde van nieuws haren luister, en vrolijk en verkwikt verliet zij hare legerflede. Hoe zeer verfchilden

niet