is toegevoegd aan uw favorieten.

Magazijn van geschiedenissen, romans en verhalen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE BALLINGEN.

95

een geval nodig heb , en dat zal mij op een weg van duizend werden, niemand weigeren. Mijn drank is water, en zoo ik dit al niet vinden mogt, fchenkt God ons immers, in den winter, ijs en fneeuw. Mijne legerftede is des winters, in de eerfte de beste hut, de plaetst, die mij op den grond aengewezen wordt. Een bediende moet zich aen alles wennen; dewijl hij niet weet welk een' Heer hij nog ten deel zal vallen. Voor den mijnen zou ik gewillig in den dood gaen.

De oude Menzikoff. Gij verdient den besten Heer; maer ga nu en verfterk u door goede fpijs en drank. Als gij u volkomen verkwikt zult hebben, komt dan weder bij mij, in mijne kamer; ik zal u een' brief medegeven. Maer zeg mij nog eersteens, of gij u den naem van den Wbiwode te Molwoff niet kunt te binnen brengen ?

Karam. Ja, mijn Heer! hij heet Madwoi, en is in groot aenzien bij den ftadhouder, die hem, zoo men zegt, reeds over zeven jaren, van Moskau medegebragt heeft. Hij moet zeker geen goed mensch wezen; want ik heb hem heel dikwijls hooren verwenfehen, maer nog nooit prijzen.

De oude Menzikoff, tegen Tatifchow. Eer gij van hier vertrekt, verzoek ik u mij den naem van dezen ambtenaer te herinneren. (Tegen Karam,) Doe nu, wat ik u gezegd heb. (Karam vertrekt.)

De Overlte Fridhelm en Vorst Tfcherbatow waren

het