Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

226 DE WILDE-MAN.

dronk liet water in, 't welk mijn mond ser aan benijdde: ik zag mij genoodzaakt om aan mijne dochter dat vuile vocht te doen inzuigen om haaren dorftigen mond te verfrisfchen.

Dus moede , afgemat, en niets voor mij ziende dan uitgebreidde en onvruehtbaare vlaktens , terwijl de Zon mijne elende, mijne naaktheid verlichtte , en haare brandende Straalen op mijn gefoltert hoofd nederzond , ftrekte ik mij op het heete zand neder : mijne wanhoop was geweldig , en ik ftpïtte in eene buitenfpoorige Woede,

Mijne dochter was in een ftaat, welke een tijgercier tot mededoogen zoude verwekt hebben. Haar mond, haare lippen, haare tong waren ■serdroogd : iedere fchreeuw , dien zij gaf, drong als een zwaard door mijnen boezem: geen ftervejing had ooit beproefd 't geen ik ondervond , mijne handen deeden het bloed langs mijne borst vloeijen : ik. kufte, wanhoopig, iu een foort van razernij, fchreeude van tederheid en woede , mijne doch7

ter

Sluiten