Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE WILDE-MAN. 227

ter : zij femelde met eene .bezweeken ftem .den naam van moeder uit, zij riep Zaka aan om hulp. Die ongelukige naam trof als een Donderlbg mijne Ziel, en vervoerde mij ten eenemaal buiten mij zei» ve , ik befloot mijn kind van her leeven te berooven : ik nam een fteen, en had dien reeds boven haar hooft verheft om haar te varpletteren. ——- Maar het denkbeeld van daar door het Opperweezen ta vertoornen , weerhield mijne hand : ik begreep , dat mijne wanhoop zijne goedheid zoude beledigen, en dat de hulp, waar op ik hoopte, van den Hemel konde afdaalen. Ik herinnerde mij dc woorden van Azeb , die zoo dikwerf tegen mij gezegd had. Maak u gewoon te lijden : Jt is het Opperweezen dat alles beftuurt." Ik onderwierp mij ; ik fchreidde; ik drukte mijne dochter tegen mijne borst; en wachte geduldiglijk af, al wat het Opperweezen over haar noodlot en over het mijne bellooten had.

Zij verviel welhaast in eene foort van Weezenloosheid , en fcheen ongevoelig te 1 5 wor-

Sluiten