Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

^ 4 é&

Hy, die noch het beftaan van eefee eerftè oorzaak aller dingen, noch eene algefneene en biezondere voorzienigheid erkent: — die daar en boven veelminder nog geloof slaat aan de onftoffelykheid en önftervelykheid Vari des menfchen ziel: — ja, die, uit hoofde van deze ontkenningen, geen andef belang kent, dan 'eigenbelang, en geen andef geluk kan bedoelen, dan tydelyk geluk ; Wyl hy het denkbeeld van een toekomftige ftaat van belooning en ftraf na dit leven, voor de vrucht eener verhitte verbeelding houd. — Hy, die geene rechten, betrekkingen, verplichtingen noch voorrechten der menfchen, welke bepaald en omfchreven zyn door een onafhangelyk en eeeuwig wetgeever, eerbiedigd, — en die daarom de rechten, door de wet des fterkeren , de betrekkingen en verrechten door toevalligheid en noodlot, en de verplichtingen der menfchen, door een ftaat van onvermogen, omfchryft en bepaald. — Hy, met een woord, die den menfeh alleen, uit hoofde van zyne meer fraaie geftalte en opvoeding, en om dat hy misfehien voor een zeker gedeelte uit eene fyndere ftof, bellaar, boven de fedenlooze dieren verheft, ■— is die man, van welke men na reeht kan beweeren, dat hy, zonder eenigen Godsdienft, leeft. —■

Zyn

Sluiten